De mierentrek

De mierentrek

De mierentrek

Door Joseph.

Hup! Allemaal in de rij! De rooftocht gaat beginnen! Mannen voorop,  vrouwtjes in het midden en kinderen achteraan! Prik, de soldatenmier, prikte met een splintertje in zijn pootje alle miertjes van de mierentrek in de rij, hup, hup, hup! Hij liep natuurlijk niet de hele stoet langs, dat was veel en veel te lang voor een mier. De andere drieduizend soldatenmieren hielpen elkaar een handje met de stoet.

Een rij van mieren

Na een poosje stond iedereen in de rij, en daar begon de rooftocht. De koning stond voorop, daarachter drieduizend soldatenmieren en achter die soldatenmieren driehonderdvijftig miljoen gewone mieren: mannen en vrouwen en honderden kindertjes achteraan. De koning vooraan riep uit volle borst: HUP ALLEMAAL! DE ROOFTOCHT GAAT BEGINNEN, VOORWAARTS… MARS! De hele stoet van mieren kon het natuurlijk niet horen, want die was veel te ver en te lang, dus riepen alle soldatenmieren in koor de koning na. En daar begon de stoet, stap, stap, stap, stap almaar door. De mieren in de lange rij loerden door de struiken of ze een tor of een rups zagen. Die konden ze dan vangen en doodprikken en dan aten ze hem of haar op.

de mierentrek

De grote held Prik

Onze grote held Prik hield zijn adem in, zo’n wandeling doe je maar één keer per jaar! Aan het einde van de regentijd! Opeens riep hij: ‘pas op! Ander voetvolk passeert ons! Aan de kant! We willen geen ruzie!’ En ja hoor, in de verte kwamen er rode mieren aan, de rode bosmieren, ze waren altijd gemeen, niemand mocht in hun gebied komen! Prik voelde de spanning in zijn lijf, hoe gaat dit aflopen? ‘Tweehonderd mierenmeter verderop, slecht voetvolk te zien!’ riep de mierenkoning. ‘Ze blokkeren de weg!’ Prik keek op, en ja hoor, verderop stonden midden op hun weggetje, maanden geleden door werkmieren aangelegd, tweehonderd gevaarlijke grote rode mieren met een slecht humeur. Ze riepen: ‘uit de weg! Dit is ons gebied! Niemand mag hier komen!’. Toen Prik dat hoorde, rende hij naar de mierenkoning toe en zei: ‘We kunnen er echt niet langs! We willen geen oorlog!’ ‘Nee hoor, dat hoeft ook niet’, zei de mierenkoning met een edele stem, ‘er zijn heus nog wel andere vluchttunneltjes’. ‘O, dat is waar! Hier! Een tunneltje’, zei Prik, en liep voor de koning uit door het tunneltje heen, onder de rode bosmieren door. Maar toen dacht hij: ‘wacht! Ik moet nog even naar de stoet om een paar zandkorrels op het weggetje te leggen! Hij rende terug en keek snel naar de koning die ongeduldig stond te wachten met daarachter allemaal schreeuwende mieren die riepen: ‘Waarom staat de stoet stil, waarom?’ Prik rende snel het weggetje af, op zoek naar twee grote zandkorrels. Zijn collega’s deden het ook en toen ontstond er midden op het weggetje een dijkje van steentjes. Toen het dijkje klaar was, kon de stoet eindelijk door.

De rode bosmieren

De rode bosmieren keken verbaasd op, toen ze alle mieren in de grond zagen verdwijnen. ‘Dat klopt niet!’ – Zei een van de rode mieren, ‘Ze vluchten! Dat is niet de bedoeling!’ ‘Ja, zei de andere, laten we achter ze aan gaan, want ze zitten volgens mij al op ons terrein.’ Misschien wist je het niet, maar rode bosmieren zijn héél, héél erg sterk en kunnen zo een klein mierenkindje uit de stoet pakken! Gelukkig bleef Prik voor de stoet staan en liet zijn klauwen zien aan de rode mieren. Misschien wist je dit óók niet, maar soldatenmieren zijn twee keer zo groot als de gewone andere mieren. Dus daarom komen de rode mieren juist op de kleine kinderen af!

de mierentrek blog leerling Joseph

De rode mier versus Prik

Eén rode mier waagde het zelfs om héél dicht bij Prik te komen. Prik verroerde zich niet, maar stond wel klaar om die rode mier een klap of prik van jewelste te geven. De rode mier keek strak in de ogen van Prik, en loerde toen naar de stoet van zwarte mieren die nog gewoon in vertrouwen op Prik, doorliepen. De rode bosmier keek toen weer naar Prik, en toen kwam ook zijn klauw tevoorschijn. Hij glinsterde in de zon en was pik, pik rood. Heel zachtjes kwam hij op Prik af, die nog steeds stil stond met zijn klauwen in de lucht. Toen kwam de klauw van de rode bosmier razendsnel op die van Prik af, Prik sprong onmiddellijk opzij en kon de klap nog net ontwijken. Geen seconde later kwamen andere soldatenmieren Prik te hulp. De rode mier riep op zijn beurt ook zijn collega’s. Toen begon het gevecht: klauwen flitsten door de lucht en zure spuug kwam uit de mondjes van de soldaten om elkaar te verdoven. De mierentrek liep ondertussen nog gewoon door en keken niet naar de dode soldaten van hun leger en van het leger van de rode mieren.

Strijd gewonnen

En na tien minuten was het gevecht afgelopen, en hadden de soldatenmieren gewonnen. De rode mieren liepen weg en een paar werden onder schot gehouden met klauwen, en zij moesten de dijk van zandkorrels oprapen om de stoet van de zwarte mieren niet op het vluchtweggetje, maar over de gewone weg te laten lopen. Luid gejoel klom op tot aan de hemel toen de soldatenmieren het bekend maakten dat zij hadden gewonnen. En hoe ging het met Prik? Hij had alleen een zere been van het gevecht. Gelukkig hoefde hij niet de dode soldatenmieren weg te slepen naar een stil plekje, want dat deden zijn collega’s al. De stoet liep weer door en Prik ging ook een beetje huppend met zijn collega’s mee om nog meer prooidieren te vangen.

De schrik van een slang

Eindelijk na een half uur zag de vriend van Prik een grote slang. De slang was dik en kon zich niet bewegen, omdat hij een heel groot beest had opgegeten. De vriend van Prik schreeuwde: EEN SLANG! REN ALLEMAAL DE BERM IN EN PRIK HEM VAN TOP TOT TEEN DOOD! Prik rende met allemaal mieren naar de slang toe en vingen ook nog wat torretjes en motjes in de buurt. En toen hadden ze na heel wat uren prikken en jagen, een heleboel eten, genoeg voor het hele jaar. Alle mieren draaiden met vlees in de armen zich om, en gingen terug naar huis. Sommige mieren moesten nog tien keer heen en weer lopen om nog meer vlees te pakken. Ze hadden in totaal gedood:

  • tweehonderd torren,
  • honderd rupsen,
  • vijfhonderd sprinkhanen,
  • twee vogels,
  • en één slang.

Tot slot

En toen onze lieve held Prik klaar was met het heen en weer lopen van vlees halen, dook hij snel zijn holletje in, en liet zijn vrouw en kinderen het vlees van een tor zien. Ze smulden en smulden van het vlees.

En toen ging Prik slapen, welterusten Prik!

Laat een reactie achter