‘Ik wil het leren’, ‘Ik ga het proberen’, ‘Met hulp kom ik er wel’.

Bovenstaande uitspraken zijn uitspraken van een kind dat gemotiveerd is om iets te leren. Een kind dat als het even niet lukt het (op een andere manier) alsnog wil proberen en een kind dat indien nodig hulp kan en durft te vragen. Om zo te kunnen denken heeft een kind zijn omgeving en intrinsieke motivatie nodig.

In mijn eerste blog over motivatie ging ik in op de drie basisvoorwaarden van motivatie. Door als ouder aandacht te besteden aan competentie (‘ik kan het’), autonomie (‘ik kan het zelf met hulp’)  en relatie (‘ik wordt gewaardeerd’), neem je aspecten voor demotivatie weg en creëer je een omgeving waarin je kind juist tot motivatie kan komen. Je wilt tenslotte je kind niet ontmoedigen, maar juist aanmoedigen tot een bepaalde inspanning.

Motivatie kom je veelal tegen in twee vormen, namelijk: extrinsieke en intrinsieke motivatie.

Extrinsieke motivatie

Bij extrinsieke motivatie ben je gemotiveerd om iets te doen, omdat een ander het van je verlangt. Je weet dat er een beloning op je staat te wachten wanneer je het wel doet of juist een straf wanneer je het niet doet. Hoe jong of oud je ook bent, je komt altijd met extrinsieke motivatie in aanraking. Extrinsieke motivatie is dan ook niet per se slecht; het heeft echter wel een keerzijde die je niet teveel wilt stimuleren.

Ter voorbeeld:
Een afspraak die je kunt maken om ervoor te zorgen dat je kind met de Nederlandse lessen aan de slag gaat, is: ‘je mag een half uurtje op de IPad wanneer de les van vandaag is afgerond’.
Een volgende keer hanteer je dezelfde afspraak omdat ook nu je kind niet uit zichzelf met de lessen aan de slag gaat. Vervolgens is de kans aanwezig dat de daarop volgende keer je kind zelf als eis stelt dat hij of zij na het maken van het huiswerk op de Ipad mag.

Wat je dus veelal ziet bij het gebruik van een beloning is dat je de verwachting creëert dat er altijd een beloning zal zijn. Je kind maakt dus het huiswerk om een beloning te krijgen en beschikt niet over de motivatie om zelf te leren. Hierdoor zal je kind ook niet leren om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen werk. Uiteindelijk zal iemand die extrinsiek gemotiveerd is minder plezier beleven aan dat wat hij of zij doet en altijd aansturing nodig hebben om ermee te beginnen.

Je kind extrinsiek motiveren kan dus soms een prima tijdelijke oplossing zijn. Maar wanneer er voldoende sprake is van competentie, autonomie en relatie dan draagt dit bij aan de intrinsieke motivatie. Dat is de motivatie die we graag bereiken met onze kinderen.

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie is motivatie vanuit jezelf. Je ziet zelf de meerwaarde in van datgene wat je gaat doen: het is bijvoorbeeld je ambitie of het geeft je voldoening. Met een geïnteresseerde en enthousiaste houding, zal je kind dan ook actief met het huiswerk aan de slag gaan.

Vanuit het perspectief van kinderen die Nederlands volgen in het buitenland kan de motivatie om Nederlands te leren bijvoorbeeld zijn:

  • Kunnen praten met opa en oma;
  • Na een jaar weer terug in de klas komen bij je schoolvriendjes in Nederland;
  • Kunnen studeren in Nederland;

Besteed dus aandacht aan competentie, autonomie en relatie. Leer je kind de meerwaarde inzien van dat wat hij of zij leert en leer hem of haar bovenal ook trots te zijn op dat wat ermee bereikt kan worden, kortom richt je op intrinsieke motivatie!

Volgende keer

In mijn volgende en tevens laatste blog van de ‘motivatie blogreeks’,  ga ik in op de groeimindset. Deze mindset draagt er onder andere aan bij om te leren trots te zijn op dat wat je bereikt. Bij de groeimindset ga je er vanuit dat je iets nog niet kan, maar wel kan leren. Volgende keer hier dus meer over!

De Webinars over motivatie gemist? Bekijk ze terug op ons youtubekanaal.

Laat een reactie achter