internationale dag van de moedertaal

Je moedertaal doorgeven: het mooiste cadeautje dat je je kind kunt geven!

moedertaal doorgeven

Op deze speciale “dag van de moedertaal”, die gehouden wordt om het belang van (het bijhouden van de) moedertaal te onderstrepen, geeft onze onderwijskundige Leandra Lok 5 misvattingen over moedertaal aan die zij in haar werk met ouders en kinderen in het buitenland is tegen gekomen en legt ze uit waarom deze misvattingen niet kloppen.

Tip: Meld je aan voor het gratis webinar ‘Het belang van het bijhouden van de moedertaal’!

Misvatting 1: “wij hoeven de moedertaal niet consequent bij te houden, want we keren niet terug naar Nederland”.

Veel mensen die deze gedachte hebben, komen van een koude kermis thuis. Je weet namelijk maar nooit wat er gebeurt in je leven, wat er voor zorgt dat je je toch herinnert dat je Nederlandse staatsburgerschap wel veel voordelen oplevert. Vaak heeft dat te maken met:

  • het verlies van een baan in het buitenland;
  • een veranderende gezinssituatie (denk aan een scheiding);
  • of het veranderen van de situatie in Nederland (bv. een ouder die overlijdt).

Zo waren er bijvoorbeeld veel Nederlanders in Griekenland die verwacht hadden altijd in Griekenland te blijven wonen, totdat de crisis van 2008 dit onmogelijk maakte. Veel mensen moesten met hun kinderen terugkeren naar Nederland, zonder dat deze kinderen Nederlands spraken. Is dat niet mogelijk dan? Natuurlijk is het mogelijk, maar het levert problemen op die voorkomen hadden kunnen worden.

Misvatting 2: “wij hoeven de moedertaal niet consequent bij te houden, want we keren terug naar Nederland”

De omgekeerde gedachte is ook niet waar. Veel ouders denken dat als ze voor een relatief korte periode weggaan (bv. een jaar) dat het dan niet nodig is om consequent aan de moedertaal te werken. Eigenlijk ga je er dan vanuit dat een kind in Nederland ook niet zoveel belangrijks gedaan zou hebben op school. Natuurlijk is het een fantastische ervaring voor kinderen om naar het buitenland te gaan en leren ze daar ontzettend veel van, maar niets structureels aan de taalontwikkeling doen zal zorgen voor een achterstand. Omdat de meeste ouders niet willen dat hun kind ‘een jaar overdoet’, heeft het kind een probleem als het terugkeert in het Nederlandse onderwijssysteem. Ook dan is er een achterstand die veel frustraties kan opleveren.

Misvatting 3: “wij hoeven geen extra aandacht te besteden aan de moedertaal, want we spreken altijd Nederlands thuis”

Gezinnen die altijd Nederlands in de thuissituatie spreken, doen daar natuurlijk goed aan. Het zal het kind helpen zich te leren uitdrukken in de situaties waarin het gezin komt. Met elkaar napraten over je dag aan de keukentafel is al een goede manier om in het buitenland te praten over de (nieuwe) ervaringen, net zo goed als dat in Nederland zo is. Maar als ouders heel kritisch gaan nadenken over welke woordenschat het meest voorkomt in dit soort gesprekken, dan kan dat weleens heel beperkt zijn. En het kan ook niets te maken hebben met de woordenschatuitbreiding, zoals de leerling die in Nederland zou krijgen. Het is daarom van belang om juist óók andere onderwerpen aan bod te laten komen die niet thuis aan de keukentafel besproken worden. Verder zijn de momenten dat kinderen echt thuis zijn en praten met hun ouders misschien ook maar beperkt. Als je gaat kijken naar het aantal minuten dat kinderen kwalitatief goed aan het praten zijn met hun ouders, naast school, tijd met vriendjes en slapen, blijft er maar weinig tijd over.

Misvatting 4: “wij besteden geen extra aandacht aan de moedertaal, want toen ik vroeger klein was, deden we dat ook niet en ik ben er ook gewoon gekomen”

Deze misvatting hoorde ik regelmatig van expatgezinnen van wie één van de ouders zelf ook in het buitenland was opgegroeid. Het is natuurlijk fantastisch dat je zo taalgevoelig bent dat je een taal zomaar oppikt en als je terugkomt in Nederland gewoon kan gaan studeren zonder problemen, maar het tegendeel is vaker waar. Er zijn al grote verschillen tussen kinderen in een gezin, laat staan tussen ouders en kinderen. Vertrouw er dus nooit op dat de situatie en jouw taalaanleg hetzelfde is als die van je kind.

Misvatting 5: “wij laten het Nederlands (nu) even zitten, zodat we alle tijd aan het Engels (of welke taal dan ook) kunnen besteden”

Veel ouders denken dat ze hun kind helpen door de taal van het land waar de kinderen naar toe gaan intensief te gaan beoefenen en het Nederlands in die tijd helemaal te laten gaan. Het is een logische redenering, maar niet heel handig.  Normaal gesproken verloopt de cognitieve ontwikkeling van een kind samen met de taalontwikkeling. Het kind leert te verwoorden wat hij/zij denkt en leert woorden voor nieuwe dingen die hij ziet, waardoor hij weer leert. Op het moment dat het kind een nieuwe taal moet leren, heeft hij/zij in díe taal nog niet de woorden voor zijn/haar cognitieve ontwikkeling die gewoon door moet gaan. En als er geen aandacht meer besteed wordt aan de moedertaal, is het dus moeilijk om door te ontwikkelen op andere vlakken.

Daarnaast is het ook nog zo dat een sterke moedertaal ervoor kan zorgen dat leerlingen makkelijker een andere taal leren. Beter Nederlands leren zal dus uiteindelijk helpen in het beter leren van de andere taal, weten we inmiddels uit onderzoek.

“Hadden we maar ….”

Is het makkelijk om de moedertaal door te geven aan je kind? Dat zeker niet. Het kost je tijd, inspanning en aandacht, net als andere dingen in je leven die je belangrijk vindt. Maar als je twintigers spreekt bij wie ouders de moedertaal hebben laten versloffen, zeggen ze vaak: “Hadden mijn ouders me maar wat meer gedwongen, want ik zie nu pas hoe belangrijk het is”. Het doorgeven van je moedertaal is het mooiste cadeautje dat je je kind kunt geven!

Laat een reactie achter