Talen die lijken op de moedertaal zijn over het algemeen het makkelijkste aan te leren. Het ene kind doet dat sneller dan het andere: dat heeft met aanleg maar zeker ook met motivatie te maken. Wereldwijd kennen we naar schatting tussen de 6.000 en 7.000 gesproken talen. In zijn algemeenheid kun je niet zeggen welke van die talen het moeilijkst is. Wel kunnen we een aantal factoren aanwijzen die een taal makkelijker of  juist moeilijker maken om te leren: de struikelblokken op de weg naar taalverwerving. De belangrijkste behandelen we hieronder.     

Top 5- struikelblokken

  1. Onbekende klanken
    Wanneer je bepaalde klanken niet kent is het lastiger om woorden te herkennen en de taal goed te leren spreken. Het bekendste voorbeeld zijn de klik- en klaktalen uit zuidelijk Afrika. Deze talen zijn voor buitenstaanders bijna niet aan te leren. Veel buitenlanders vinden het Nederlands trouwens ook een lastige taal om te spreken. Nederlands is een keeltaal en klanken als ‘g'  en ‘sch’, ‘schr en  ‘gr’ blijken erg moeilijk te reproduceren voor buitenlanders.
  2. Afwijkende grammatica
    Wanneer de grammatica sterkt afwijkt van de moedertaal dan wordt de taal als moeilijker ervaren. Daarom zijn bijvoorbeeld het Fins, Hongaars, Chinees en Arabisch relatief moeilijke talen voor ons als Nederlanders.
  3. Uitzonderingen en onregelmatigheden
    Bij talen met veel uitzonderingen moet je veel meer trainen en oefenen om de taal onder de knie te krijgen. Dus, hoe regelmatiger de taal, hoe makkelijker het is om de nieuwe taal te leren.
  4. Uitgebreide vocabulaire
    Wanneer één taal veel woorden en nuances kent, betekent dit dat je heel veel woorden moet kennen. Ook moet je weten wanneer je welk woord gebruikt, voordat je de taal goed beheerst. Engels is bijvoorbeeld zo’n taal met een grote woordenschat. Zelf met een onberispelijke uitspraak zal een Engelsman, door het gebrek aan nuances, al snel door hebben dat hij met een tweede taal spreker te maken heeft. 
  5. Ander schrift
    Een nieuwe taal kan in een ander schrift zijn, wat extra inspanning vergt bij het aanleren. In het Arabische schrift zijn de letters door de vloeiende lijnen bijvoorbeeld lastig te ontcijferen. En het Chinees is helemaal een geval apart. Het Chinees kent namelijk geen letters, maar symbolen. Elke woord vertegenwoordigt een symbool. Je moet dus heel veel symbolen kennen voor je een Chinese tekst kunt schrijven. Overigens hoeft een taal in een ander schrift niet per definitie een ingewikkelde taal te zijn.

Maar hoe moeilijk een taal ook is, met veel discipline en doorzettingsvermogen kun je een heel eind komen!  Bent u op zoek naar een taaltraining voor uzelf of uw kinderen?  De Wereldschool geeft uw graag advies. Allicht handig om te weten: wij bieden de mogelijkheid om vóór vertrek naar het buitenland al met de nieuwe taal te beginnen.

Laat een reactie achter